GEDICHTENDAGBUNDEL 2010
De Friese dichter Tsjêbbe Hettinga schrijft de Gedichtendagbundel 2010 . Hij is met zijn grootse, atmosferische poëzie uniek in de Nederlandse dichtkunst. Zijn vocabulaire is mythisch, zijn beelden zijn visionair. Zijn indrukwekkende voordracht plaatst hem in de traditie van de oude barden. Zijn Friese landschappen zijn universeel, terwijl het leven zoals hij het oproept vooral zinnelijk wordt ondergaan.
De Gedichtendagbundel wordt in de voor poëzie ongekende oplage van 15.000 exemplaren gedrukt en is op Gedichtendag voor maar € 2,50 te koop in de boekhandel.
2010: Tweetalige Gedichtendagbundel
Net als vorig jaar toen Antjie Krog de Gedichtendagbundel schreef, kunt u dit jaar opnieuw uitzien naar een tweetalige Gedichtendagbundel. Speciaal voor Gedichtendag schreef Hettinga de bundel Oan leech en Stêd Niks foarby | Aan schor en Stad Niks voorbij samen. De bundel bevat twee lange gedichten zowel in het Fries als in het Nederlands: het titelgedicht en Gesicht fol seefûgels | Gezicht vol zeevogels. De bekende dichter Benno Barnard verzorgde de Nederlandse vertaling. Vertalingen in het Engels van Susan Massotty vindt u op Poetry International Web.
Live voordracht in Huis van de Poëzie en gedichtendag.com
Tsjêbbe Hettinga staat bekend om zijn imposante voordracht. Op Gedichtendag draagt hij de volledige bundel voor in het Huis van de Poëzie in Grand Hotel Karel V in Utrecht. Het Huis van de Poëzie is een levende bloemlezing vol dichters van naam als Ramsey Nasr, Remco Campert, Bart Moeyaert, K. Schippers, K. Michel, Marcel Möring, Tommy Wieringa, Tjitske Jansen, Rozalie Hirs, Ellen Deckwitz, Maarten Inghels, de winaars van de Gedichtendagprijzen Arjen Duinker, Hester Knibbe en Nachoem Wijnberg en vele anderen. Voor informatie en kaarten kunt u op de site van het Huis terecht. Niet in de gelegenheid om in Utrecht persoonlijk aanwezig te zijn, volg deze bijzondere avond dan live via www.gedichtendag.com. Het Huis van de Poëzie is een productie van SLAU, Poetry International, Turing Foundation e.a.
Tot slot maken we u graag alvast lekker met de eerste strofen van Oan leech en Stêd Niks foarby | Aan schor en Stad Niks voorbij.
Hier hoort u het volledige gedicht, door Tsjêbbe Hettinga voorgedragen.
Klik hier voor het andere gedicht uit de bundel: Gesicht fol seefûgels | Gezicht vol zeevogels
Oan leech en Stêd Niks foarby
I
Seeljocht ploeget lân en
De sielsferlitten lichten fan
Dizze sleine kust wize in dwaalwyn
Krekt it paad nei in griene timpelflier ûnder
In sleep op beafeart giene wolken, leauwige fûgels
Oan de blauwe finsters
Yn ’e loft, dreamend fan in fisk
Of fiif, bôlen twa, it stille kôgjen.
In wite see spielt hjir oan ’e ein fan syn hjoed
Woeste wêzen oan, wylde ein fan alles dat men jin
As takomst tinke koe;
Sulverfarsk ploege seegrize
Fuorgen, dy’t foar in fan skuorren reade,
Swartrikjende trekker mei in man swimmend yn
In glêzen kabine útweagje, snije, oan leech en
Stêd Niks foarby, de kym.
Seefûgels – de wite eagen
Fan noartske klaai – behaffelje de tiid
Syn raffelige einen, de fette wjimen,
Dy’t krektlykas de dea net it deiljocht net fernearje.
© Tsjêbbe Hettinga,
Friese Pers Boekerij / Poetry International 2010
Aan schor en Stad Niks voorbij
I
Zeelicht ploegt het land en
De zielsverlaten laagte van
Deze geslagen kust wijst een dwaalwind
Juist de weg naar een groene tempelvloer onder
Een stoet van wolken op bedevaart; gelovige vogels
Aan de blauwe vensters
In de lucht, dromend van een vis
Of vijf, broden twee, het stille kauwen.
Als zijn heden afloopt, spoelt een witte zee zijn
Woeste wezen aan, wild einde van alles wat men zich
Als toekomst denken kan.
Zilververs geploegde grijze
Voren, die voor een rood aangelopen
Zwartrokende tractor met een man zwemmend in
Een glazen cabine uitgolven, snijden, aan schor en
Stad Niks voorbij, de kim.
Zeevogels – de witte ogen
Van norse klei – pikken in de flarden
Rafelende tijd, slikken vette wormen, die
Net zoals de dood het daglicht niet kunnen verdragen.
© Tsjêbbe Hettinga, vertaling © Benno Barnard
Friese Pers Boekerij / Poetry International 2010
|